
Plant
Foto: Kwekerij Arborealis
| jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bloei | ||||||||||||
| Vruchtenweek 31–44 |
De gele kornoelje is een inheemse soort van Zuid-Limburg, waar hij op kalk- en lössgronden zijn noordgrens bereikt; in de rest van Europa groeit hij op zonnige kalkhellingen van Centraal- en Zuidoost-Europa tot in de Kaukasus. Hij valt op door zijn vroege bloei in februari en maart als één van de allereerste drachtbronnen van het jaar voor bijen en hommels. In september oogst je de helderrode, langwerpige kornoeljekersen die in Oost-Europese landen als Polen, Oekraïne, Turkije en Iran tot een ware fruitcultuur zijn uitgegroeid. Pluk ze wanneer ze dieprood zijn en bijna vanzelf vallen (vroeger geoogst zijn ze nog wrang), eet ze vers of verwerk ze tot jam, gelei, siroop, likeur, "pseudo-olijven" (gepekeld), gedroogd fruit of de klassieke Turkse "kızılcık şerbeti" (kornoeljelimonade).
Gele Kornoelje, Kornoeljekers
Cornus mas 'cultivar onbekend'
Cornelian Cherry
- Grondsoort
- Zand, leem, klei, zavel, veen
- Licht
- Zon tot halfschaduw
- Vocht
- Gemiddeld
- Winterhardheid
- -20°C of lager
- Breedte
- 3 - 5 meter
- Hoogte
- 3 - 8 meter
- Zelfbestuiving
- Beperkt zelfbestuivend, kruisbestuiving aanbevolen
- Herkomst
- Inheems
- Eetbare delen
- Fruit
- Bijzonderheden
- Bijen- en vlinderplant, eetbaar voor paarden, theeplant
