
Vruchten
| jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bloei | ||||||||||||
| Zadenweek 40–48 |
De granaatappel komt uit het gebied tussen Iran en Noord-India en wordt al meer dan 5000 jaar door de mens geteeld, met culturele betekenis in de mediterrane, Midden-Oosterse en Aziatische tradities (symbool voor vruchtbaarheid en eeuwig leven). Botanisch is hij een grensgeval voor het Nederlandse voedselbos: de struik overleeft de winter in beschutte tuinen, maar de vruchten rijpen vrijwel nooit volledig in ons klimaat omdat hij voor goede vruchtzetting lange hete zomers van rond de 32 °C nodig heeft. Pluk de vruchten (als ze rijpen) in oktober-november wanneer de schil dieprood is en de vrucht hol klinkt bij tikken, en eet de rode pitten vers, in salades of verwerk de pitten in dressings en gerechten.
Granaatappel
Punica granatum 'cultivar onbekend'
Pomegranate
- Grondsoort
- Zand, leem, lichte klei
- Licht
- Volle zon
- Vocht
- Laag tot gemiddeld
- Winterhardheid
- -15°C
- Breedte
- 1 - 3 meter
- Hoogte
- 1 - 3 meter
- Zelfbestuiving
- Zelfbestuivend
- Herkomst
- Exoot
- Eetbare delen
- Zaden
- Bijzonderheden
- Bijen- en vlinderplant, eetbaar voor paarden, theeplant, sierwaarde
