
Vruchten
| jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bloei | ||||||||||||
| Vruchtenweek 27–39 |
De gewone pruim is hoogstwaarschijnlijk in de Kaukasus ontstaan als natuurlijke kruising tussen de sleedoorn en de kerspruim, die in dat gebied elkaars verspreidingsgebieden overlappen. Hij omvat een enorm spectrum aan ondersoorten en cultivars, van de geelgouden mirabellen en groengele Reine Claudes tot de blauwpaarse kwetsen en grote sappige tafelpruimen, met als pluspunt dat veel oude rassen (zoals 'Victoria' en 'Opal') zelfbestuivend zijn en al een goede oogst geven met één boom. Pluk de rijpe vruchten van juli tot september, eet ze vers, droog ze tot pruimedanten, verwerk ze tot jam, gelei, compote, taart, sap of stook ze tot slivovitsj of kwetsenwater, en weet dat vooral blauwvruchtige rassen rijk zijn aan antioxidanten in de schil.
Pruim
Prunus domestica 'cultivar onbekend'
Plum
- Grondsoort
- Leem, zavel, lichte klei
- Licht
- Volle zon
- Vocht
- Gemiddeld tot hoog
- Winterhardheid
- -20°C of lager
- Breedte
- 3 - 6 meter
- Hoogte
- 2,5 - 8 meter
- Zelfbestuiving
- Verschilt per cultivar
- Herkomst
- Exoot
- Eetbare delen
- Fruit
- Bijzonderheden
- Bijen- en vlinderplant
