
Bloemen
| jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bloei |
De amandelwilg dankt zijn naam aan de bijzondere amandelgeur die vrijkomt als je de twijgen breekt, en is gemakkelijk te herkennen aan zijn opvallende oranje-kaneelkleurige onderbast die in platen loslaat als bij een plataan. Deze inheemse wilg groeit van nature langs rivieren, plassen en sloten en is van oudsher de belangrijkste soort voor de Nederlandse griendcultuur, omdat zijn buigzame twijgen uitstekend geschikt zijn om mee te vlechten. De vroege katjes vormen een belangrijke nectar- en stuifmeelbron voor bijen, en hoewel de plant zelf niet als groente wordt gegeten, wordt de salicinerijke bast traditioneel gebruikt als natuurlijke pijnstiller, de plantaardige voorloper van aspirine.
Amandelwilg
Salix triandra 'cultivar onbekend'
Almond Willow
- Grondsoort
- Klei, leem, zavel, veen
- Licht
- Volle zon tot lichte schaduw
- Vocht
- Hoog
- Winterhardheid
- -20°C of lager
- Breedte
- 3 - 6 meter
- Hoogte
- 1,5 - 6 meter
- Zelfbestuiving
- Kruisbestuiving noodzakelijk
- Herkomst
- Inheems
- Eetbare delen
- Geen
- Bijzonderheden
- Bijen- en vlinderplant, eetbaar voor paarden
