Terug naar plantendatabase
Blad

Blad

Oogstkalender
janfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Bloei
Zadenweek 1822
Over deze plant

De fladderiep is een inheemse iepensoort die pas in de jaren 1980 in Nederland (her)ontdekt werd en die zich van de twee andere inheemse iepen (gladde iep en ruwe iep) onderscheidt door zijn voorkeur voor natte voeten, zijn karakteristiek hangende bloemtrosjes (de "fladderende" rode klokjes in maart) en zijn opvallend lange bladstelen. Wat hem voor een voedselbos uniek maakt is dat hij vrijwel ontsnapt aan de iepziekte omdat de iepenspintkever de boom mijdt en daarbij een uitstekende paardenvoerboom is omdat paarden de bladeren over een zeer lange periode lusten. Voor menselijke consumptie zijn vooral de jonge zaden in mei eetbaar (in Oost-Azië gegeten als "yu qian"), als ook de zeer jonge lentebladeren bereid (na koken) in soep of als groente.

Fladderiep

Ulmus laevis

European White Elm

OverigKroonlaag
Groeicondities
Grondsoort
Klei, zavel, leem
Licht
Volle zon tot halfschaduw
Vocht
Hoog
Winterhardheid
-20°C of lager
Breedte
15 - 20 meter
Hoogte
25 - 40 meter
Zelfbestuiving
Kruisbestuiving noodzakelijk
Herkomst
Inheems
Eetbare delen
Jonge zaden, jonge bladeren (na koken)
Bijzonderheden
Bijen- en vlinderplant, eetbaar voor paarden